19/3

4e zondag in de veertigdagentijd. Jaar A

(bijbel in gewone taal)

OPENINGSTEKST

Jesaja 66, 10-11

Jeruzalem is net als een moeder die voor je zorgt. En jullie zijn haar kinderen, die drinken aan haar borst. Jullie zullen meer dan genoeg hebben en sterk worden

EERSTE LEZING

1 Samuël 16, 1b, 6-7. 10-13a

David wordt gezalfd tot koning over Israël.

Uit het eerste boek Samuël

De Heer zei tegen Samuel: Ik stuur je naar Betlehem, daar wonen Isaï en zijn zonen. Eén van die zonen heb ik uitgekozen. Hem moet je koning maken.’

Eén van de zonen van Isaï was Eliab. Toen Samuel hem zag, dacht hij: Dit is de man die de Heer uitgekozen heeft Maar de Heer zei tegen Samuel: ‘Let niet op zijn uiterlijk. Kijk niet hoe groot hij is. Ik heb hem niet uitgekozen. Wat je van buiten ziet, is niet belangrijk. Daar kijken mensen altijd het eerst naar, maar ik let erop hoe een mens van binnen is.’

Zo stelde Isaï zeven zonen aan Samuel voor.

Samuel zei tegen Isaï: ‘De Heer heeft niet één van hen uitgekozen. Heb je nog meer zonen?’ En Isaï zei: ‘Ja, mijn jongste zoon, David. Hij past op de schapen en de geiten.’ Toen zei Samuel tegen Isaï: ‘Laat hem dan hier komen. We gaan pas eten van het offer als hij er is.’

Isaï liet zijn zoon David komen. David was een knappe jongen met rood haar en mooie ogen. Toen zei de Heer tegen Samuel: ‘Dit is degene die ik uitgekozen heb om koning te zijn.’ Toen nam Samuel een kruikje met olie. Hij goot de olie over het hoofd van David terwijl al zijn broers erbij waren. Vanaf dat moment was de geest van de Heer in David.

ANTWOORDPSALM Psalm 23 (22) 1-3a, 3-6

Refrein:            De Heer is mijn herder, niets kom ik tekort.

De Heer zorgt voor mij, zoals een herder voor zijn schapen zorgt.

Hij geeft me alles wat ik nodig heb.

Hij leidt mij, zoals een herder zijn schapen leidt

naar groen gras en fris water.

Bij de Heer ben ik veilig, hij geeft mij nieuwe kracht,

zo goed is hij.

Ik ben niet bang, ook al is er gevaar,

ook al is het donker om mij heen.

Want u bent bij mij, Heer.

U beschermt me, u geeft mij moed.

U nodigt mij uit in uw tempel. U zorgt goed voor mij.

U geeft me te eten en te drinken, meer dan genoeg.

En al mijn vijanden kunnen dat zien.

U geeft me geluk en liefde, altijd en overal.

Ik zal bij u zijn in uw tempel, mijn hele leven lang.

TWEEDE LEZING

Efeziërs 5, 8-14 Sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Efeze

Want vroeger hoorden jullie bij het donker, maar nu horen jullie bij het licht van de Heer. Leef als kinderen van dat licht. Want alleen in dat licht kunnen goedheid, eerlijkheid en trouw groeien. Probeer dus steeds te bedenken wat de Heer van jullie vraagt!

Het gedrag van slechte mensen leidt tot niets. Wat zij in het geheim allemaal doen, is te erg voor woorden. Doe er niet aan mee, maar zeg er juist iets van. Het licht van Christus maakt zichtbaar wat goed is en wat slecht is. Alleen als dat licht in je schijnt, kun je goed leven.

Daarom wordt er bij de doop gezegd: ‘Kom uit het donker! Sta op uit de dood. Dan zal het licht van Christus in je leven schijnen.’

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia. Ik ben het licht der wereld, zegt de Heer,

wie Mij volgt, zal het levenslicht bezitten. Alleluia.

EVANGELIE

Johannes 9, 1-41 Hij ging, waste zich en kwam ziende terug.

Ergens onderweg zag Jezus een man die al vanaf zijn geboorte blind was. De leerlingen vroegen: ‘Meester, waarom is die man blind geboren? Wordt hij gestraft voor zijn eigen fouten, of voor de fouten van zijn ouders?’

Jezus zei: ‘Die man heeft niets fout gedaan en zijn ouders ook niet. Door zijn blindheid kan ik aan iedereen laten zien hoe God werkt. God heeft mij gestuurd, ik werk namens hem. Ik ben het licht voor de wereld. Zolang ik er ben, is het dag. Daarom moeten we nu doen wat God van ons vraagt. Want straks wordt het nacht, en dan kan niemand meer iets doen.’

Toen Jezus dat gezegd had, spuugde hij op de grond en maakte een beetje modder. Hij smeerde de modder op de ogen van de blinde man en zei: ‘Ga je wassen in het badhuis van Siloam.’ (Siloam betekent: hij is gestuurd.)

De man ging weg om zich te wassen. Toen hij terugkwam, kon hij zien.

De buren van de man, en andere mensen die hem kenden, zeiden: ‘Dat is toch die bedelaar? De man die hier altijd zit en om geld vraagt?’

‘Ja, dat klopt,’ zeiden sommige mensen. Anderen zeiden: ‘Nee, het is iemand die op hem lijkt!’

Toen zei de man: ‘Ik ben het wel.’ De mensen vroegen: ‘Maar hoe komt het dan dat je nu kunt zien?’ De man antwoordde: ‘Er kwam iemand naar me toe die Jezus heet. Hij maakte met spuug een beetje modder, en smeerde dat op mijn ogen. Toen zei hij: ‘Ga naar Siloam om je te wassen.’ Dat deed ik, en toen ik me gewassen had, kon ik zien.’

Toen vroegen de mensen: ‘Waar is Jezus nu?’ ‘Dat weet ik niet,’ zei de man.

De mensen brachten de man die blind geweest was, naar de farizeeën. Jezus had de man op sabbat beter gemaakt. Jezus had dus op sabbat modder gemaakt en een blinde genezen.

Ook de farizeeën vroegen aan de man: ‘Hoe komt het dat je nu kunt zien?’ De man zei: ‘Jezus deed wat modder op mijn ogen. En toen ik me gewassen had, kon ik zien.’ Toen zeiden sommige farizeeën: ‘Jezus kan niet door God gestuurd zijn, want hij houdt zich niet aan de sabbat.’ Maar anderen zeiden: ‘Een slecht mens kan toch nooit zulke wonderen doen?’ Ze waren het totaal oneens met elkaar.

Toen vroegen ze aan de man die blind geweest was: ‘Wat denk jij van de man die je genezen heeft?’ De man zei: ‘Hij is een profeet!’

De Joodse leiders geloofden niet dat de man echt blind geweest was. Daarom riepen ze zijn ouders erbij, en ze vroegen aan hen ‘Is dit jullie zoon? Is hij echt blind geboren? En hoe komt het dat hij nu kan zien?’

De ouders zeiden: ‘Inderdaad, dit is onze zoon en hij is blind geboren. Maar wij weten niet hoe het komt dat hij nu kan zien. We weten niet wie hem genezen heeft. Vraag het maar aan hemzelf. Hij is oud genoeg om zelf antwoord te geven.’

De ouders zeiden dat omdat ze bang waren voor de Joodse leiders. Want de leiders hadden besloten: ‘Wie gelooft dat Jezus de messias is, mag niet meer in de synagoge komen.’ Daarom zeiden de ouders: ‘Onze zoon is oud genoeg, vraag het maar aan hemzelf.’

Toen riepen de leiders de man die blind geweest was, voor de tweede keer bij zich. Ze zeiden: ‘We weten al dat Jezus zich niet aan de wet houdt. Spreek nu de waarheid, tot eer van God!’

De man zei: ‘Of Jezus zich niet aan de wet houdt, weet ik niet. Maar één ding weet ik wel: eerst was ik blind, en nu kan ik zien!’

Toen vroegen ze hem: ‘Wat heeft hij precies gedaan? Hoe heeft hij je genezen?’ De man zei: ‘Dat heb ik al verteld, maar jullie hebben niet geluisterd. Waarom willen jullie het nog een keer horen? Willen jullie misschien leerlingen van hem worden?’

De leiders begonnen de man uit te schelden. En ze zeiden: ‘Wij zijn leerlingen van Mozes, maar jij bent een leerling van die Jezus! We weten dat God tegen Mozes gesproken heeft. Maar van Jezus weten we niet eens waar hij vandaan komt!’

De man die blind geweest was, zei: ‘Heel vreemd, dat jullie niet weten waar Jezus vandaan komt! Hij heeft ervoor gezorgd dat ik kan zien! En iedereen weet dat God niet luistert naar slechte mensen. God luistert alleen naar mensen die hem eren, en die doen wat hij wil. Jezus heeft iemand genezen die blind geboren is. Zoiets is nog nooit eerder gebeurd. Dus Jezus moet wel bij God vandaan komen, anders had hij dat niet kunnen doen.’

De leiders zeiden tegen hem: ‘Jij zit al vanaf je geboorte vol kwaad! Denk maar niet dat jij ons iets kunt leren!’ Ze stuurden de man weg, en hij mocht nooit meer in de synagoge komen.

Jezus hoorde wat er met de man gebeurd was. Toen hij hem zag, zei hij: ‘Geloof je in de Mensenzoon?’ De man antwoordde: ‘Heer, kunt u me zeggen wie dat is? Dan zal ik in hem geloven.’ Jezus zei: ‘Je hebt hem al gezien, hij spreekt nu met je.’ Toen zei de man: ‘Ik geloof, Heer.’ En hij knielde voor Jezus.

Jezus zei: ‘Mijn komst naar de wereld bepaalt hoe het met de mensen zal gaan: blinde mensen gaan zien, maar mensen die zien, zullen blind worden.’

Een paar farizeeën die erbij stonden, hoorden dat en zeiden: ‘Wij zijn toch niet blind?’ Jezus antwoordde hen: ‘Als jullie blind waren, zouden jullie niet schuldig zijn. Maar jullie beweren dat je kunt zien. En dus blijven jullie schuldig.’

12/3

3e zondag in de veertigdagentijd. Jaar A
(bijbel in gewone taal)

OPENINGSTEKST Ezechiël 36, 23-26
Ik zal zorgen dat de volken weer eerbied voor mij krijgen. Ik zal ze laten zien dat ik een heilige God ben. Want ik ga jullie weghalen uit de landen waar jullie terechtgekomen zijn. Ik zal jullie bij elkaar brengen, en weer terug laten gaan naar je eigen land. Dan zullen de volken begrijpen dat ik de Heer ben.
Als jullie in je eigen land terug zijn, zal ik jullie weer rein maken. Ik zal zuiver water op jullie druppelen. En ik zal alles wat onrein is, bij jullie weghalen. Dan zullen jullie geen afgoden meer vereren.
Ik zal ervoor zorgen dat jullie mij weer dienen en liefhebben. Jullie zullen niet langer ongehoorzaam zijn aan mij, maar weer doen wat ik wil.

EERSTE LEZING
Exodus 17, 3-7 Geef ons water om te drinken.

Uit het boek Exodus
De Israëlieten bleven protesteren, omdat ze heel erge dorst hadden. Ze zeiden tegen Mozes: ‘Waarom hebt u ons uit Egypte gehaald? Wilt u ons hier laten sterven? En onze kinderen en ons vee ook?’
Toen vroeg Mozes hulp aan de Heer. Hij riep: ‘Wat moet ik met dit volk doen? Straks zullen ze me doden!’
De Heer zei tegen Mozes: ‘Ga met de Israëlieten naar de berg Horeb. Jij moet met een paar leiders van het volk vooruitlopen. Neem de stok mee waarmee je op het water van de Nijl geslagen hebt. Ik zal bij de berg Horeb op je wachten bij de rots. Als je op die rots slaat, zal er water uit stromen. En dan kan het volk drinken.’
Mozes sloeg op de rots, en de leiders van het volk zagen wat er gebeurde. Mozes noemde die plek ‘Massa en Meriba’. Daar hadden de Israëlieten ruziegemaakt met Mozes. Ze hadden niet op de Heer vertrouwd, maar gevraagd: ‘Is de Heer nu bij ons of niet?’
ANTWOORDPSALM Psalm 95 (94) 9-2, 6-7, 8-9
Refrein: Luistert heden naar mijn stem.
Weest niet halsstarrig.

Kom, laten we zingen voor de Heer!
Laten we juichen voor hem,
want hij beschermt ons en hij redt ons.
Laten we hem danken in zijn tempel,
en vrolijk voor hem zingen.

Laten we knielen voor de Heer,
laten we diep voor hem buigen,
want hij heeft ons gemaakt.
Hij is onze God, en wij zijn zijn volk.
Hij is onze herder, en wij zijn de schapen die hij leidt.

Wees gehoorzaam aan hem.
Verzet je niet tegen hem, zoals jullie voorouders deden.
Zij vroegen God om water in de woestijn.
Ze hadden gezien dat hij wonderen kon doen,
maar toch twijfelden ze aan zijn macht.

TWEEDE LEZING
Romeinen 5, 1-2, 5-8 De liefde is in ons uitgestort door de heilige Geest, die ons werd geschonken.

Uit de brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Rome
Broeders en zusters, God ziet ons dus als goede mensen omdat we geloven. Wij waren vijanden van God. Maar nu is er vrede tussen God en ons, dankzij onze Heer Jezus Christus. Daarom vertrouwen we erop dat we eeuwig bij God zullen leven. Op dat vertrouwen mogen we trots zijn.
Dat zal zeker gebeuren, want God heeft ons zijn heilige Geest nu al gegeven. Vroeger waren we vijanden van God. Wijzelf konden dat niet veranderen, maar Christus wel: hij is voor ons gestorven. Welk mens is bereid om voor een ander te sterven? Misschien als die ander een goed en eerlijk mens is? Ja, misschien zijn er mensen die willen sterven voor een goed mens. Maar Christus is voor ons gestorven toen we nog leefden als slechte mensen. Dat is het bewijs dat God van ons houdt!

VERS VOOR HET EVANGELIE
Alleluia. Heer, Gij zijt werkelijk de Redder van de wereld. Geef mij van dat levend water, zodat ik geen dorst meer krijg. Alleluia.

EVANGELIE
Johannes 4, 5-42 Een waterbron die opborrelt tot eeuwig leven

Hij kwam bij de stad Sichar. Die stad lag dicht bij het stuk land dat Jakob ooit aan zijn zoon Jozef gegeven had. Bij Sichar was de Jakobsput. Jezus ging bij die put zitten, want hij was moe van de reis. Het was ongeveer twaalf uur ’s middags.
Toen kwam er een Samaritaanse vrouw aan. Ze kwam water halen uit de put. Jezus zei tegen haar: ‘Geef me alsjeblieft iets te drinken.’ De leerlingen van Jezus waren op dat moment in Sichar om eten te kopen.
De vrouw zei tegen hem: ‘Dat kunt u mij toch niet vragen! Want u bent een Jood en ik ben een Samaritaanse vrouw.’ Joden mogen namelijk niet omgaan met Samaritanen.
Jezus zei tegen haar: ‘Ik heb jou om water gevraagd. Maar jij weet niet wie ik ben. Je weet niet wat God aan de mensen wil geven. Want als je dat wel geweten had, dan had je mij om water gevraagd! En dan had ik je water gegeven dat eeuwig leven geeft.’
De vrouw zei: ‘Maar meneer, u hebt geen emmer, en de put is diep! Waar wilt u dat water vandaan halen? Kunt u soms meer dan onze voorvader Jakob? Jakob heeft ons deze put gegeven. Hij heeft er zelf water uit gedronken. En ook zijn zonen en zijn dieren hebben uit deze put gedronken.’
Jezus zei: ‘Iedereen die water uit deze put drinkt, zal weer dorst krijgen. Maar als je drinkt van het water dat ik geef, krijg je nooit meer dorst. Want het water dat ik geef, blijft altijd in je. Het geeft je het eeuwige leven.’
De vrouw zei: ‘Meneer, geef mij dat water! Dan zal ik nooit meer dorst krijgen. En dan hoef ik nooit meer naar de put om water te halen!’
Jezus zei tegen haar: ‘Ga eerst je man halen, en kom dan terug.’ De vrouw zei tegen Jezus: ‘Ik heb geen man.’ Jezus zei: ‘Precies. Je hebt vijf mannen gehad. En nu leef je samen met iemand die jouw man niet is. Dus wat je zegt, is waar.’
De vrouw zei: ‘Nu begrijp ik dat u een profeet bent! Daarom wil ik u iets vragen. Onze voorouders vereerden God op de berg Gerizim. Maar de Joden zeggen dat je God alleen in de tempel van Jeruzalem mag vereren. Wie heeft er gelijk?’
Jezus zei tegen haar: ‘De Samaritanen vereren God zonder hem te kennen. De Joden vereren God en kennen hem. Want de redder van de wereld komt uit het Joodse volk.
Geloof me, er komt een nieuwe tijd. Dan wordt God niet meer vereerd op de berg Gerizim of in de tempel van Jeruzalem, In die tijd, die nu al begonnen is, vereren de ware gelovigen God niet meer op één speciale plaats. Want dankzij de heilige Geest kennen zij God, de Vader, echt. Daardoor kunnen zij de Vader vereren op een nieuwe manier, zoals hij het wil.
God hoort bij de hemelse wereld. Alleen door de heilige Geest kun je God echt leren kennen. En alleen dan kun je hem op de juiste manier vereren.’
De vrouw zei: ‘Ik weet dat de messias, die Christus genoemd wordt, zal komen. Hij zal ons alles over God vertellen.’ Jezus zei tegen haar: ‘De messias spreekt met je. Ik ben het.’
Op dat moment kwamen de leerlingen terug. Ze waren verbaasd dat Jezus met een vrouw aan het praten was. Maar toch vroegen ze niet: ‘Waarom praat u met haar? Wat wilt u?’
De vrouw liet haar waterkruik staan, en ging terug naar de stad. Daar zei ze tegen de mensen: ‘Kom mee! Er is iemand die alles van mij weet. Dat moet de messias zijn!’ De mensen liepen de stad uit en gingen naar Jezus toe.
Intussen zeiden de leerlingen tegen Jezus: ‘Meester, eet toch iets.’ Maar Jezus zei: ‘Ik leef van iets dat jullie niet kennen.’ De leerlingen zeiden tegen elkaar: ‘Hoe kan dat? Heeft iemand hem soms eten gebracht?’ Maar Jezus zei: ‘Ik leef van gehoorzaamheid aan God. Ik werk namens hem, en dat werk zal ik afmaken.
De mensen zeggen: ‘Na het zaaien moet je vier maanden wachten tot je kunt oogsten.’ Maar luister naar mijn woorden: Kijk om je heen, de velden zijn al klaar voor de oogst. De mannen die maaien, krijgen hun loon al. Ze vieren feest, samen met de mannen die gezaaid hebben. Want het spreekwoord is: ‘De één zaait, de ander maait.’’
Jezus zei verder tegen zijn leerlingen: ‘Jullie hoeven in Samaria niet te zaaien, dat hebben anderen al gedaan. Maar ik stuur jullie nu wel om de oogst binnen te halen. En dit is de oogst: alle mensen die in mij geloven. Zij krijgen het eeuwige leven.’
Veel Samaritanen uit Sichar gingen in Jezus geloven. Dat was omdat de vrouw over Jezus gezegd had: ‘Hij weet alles van mij!’ Ze gingen naar Jezus toe, en ze vroegen hem om bij hen te blijven.
Toen bleef Jezus nog twee dagen bij hen. En door alles wat hij vertelde, gingen nog veel meer mensen uit de stad geloven. Ze zeiden tegen de vrouw: ‘Eerst geloofden we in Jezus door wat jij ons vertelde. Maar nu hebben we hem zelf gehoord. En nu weten we zeker dat Jezus de redder van de wereld is.’

12/2

7e zondag door het jaar. Jaar A
(bijbel in gewone taal)

OPENINGSTEKST
Psalm 13 ()12) 6
Heer, ik vertrouw op uw liefde.
Ik zal juichen omdat u mij redt.
Ik zal voor u zingen,
want u bent goed voor mij.

EERSTE LEZING
Leviticus 19, 1-2. 17-18
Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf.

Uit het boek Levicticus
De Heer zei verder tegen Mozes: ‘Zeg namens mij tegen de Israëlieten: ‘Jullie moeten heilig zijn, omdat ik, de Heer, jullie God, heilig ben.
Haat andere mensen niet. Als je boos bent op een ander, moet je dat tegen hem zeggen. Want als je boos op hem blijft of hem gaat straffen, word je zelf gestraft.
Houd evenveel van de mensen om je heen als van jezelf. Ik ben de Heer.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM
Psalm 103 (102) 1-2, 3-4, 8 en 10, 12-13
Refrein: De Heer is barmhartig en welgezind.

Ik dank de Heer,
ik dank de heilige Heer
vanuit het diepst van mijn hart.

Ik dank Hem voor alles wat Hij heeft gedaan,
nooit zal ik dat vergeten.

De Heer vergeeft al mijn zonden.
Hij geneest mij als ik ziek ben,
Hij laat me niet sterven.

Hij is goed voor mij,
Hij houdt van mij.

De Heer is goed, hij vergeeft ons.
Geduldig en vol liefde is Hij.

Hij wordt niet boos om iedere fout,
Hij straft ons niet zo streng als we verdienen.

Want zijn liefde voor ons is groot,
zo groot als de hele wereld.

De Heer houdt van zijn volk,
zoals een vader van zijn kinderen houdt.

TWEEDE LEZING
1 Korintiërs 3, 16-23

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Jullie weten dat jullie samen de kerk van God vormen, en dat de Geest van God bij jullie is. De kerk van God is heilig, en jullie zijn die heilige kerk. Als mensen proberen om de kerk kapot te maken, zal God die mensen kapotmaken!
Vinden sommigen van jullie dat ze heel wijs zijn? Dan zeg ik: Houd jezelf niet voor de gek! Je zult eerst dom moeten worden, pas dan kun je echt wijs worden.
Menselijke wijsheid betekent niets voor God. In de heilige boeken staat: «Als mensen zichzelf wijs vinden, laat God hun slimme plannen mislukken.» En er staat ook: «De Heer kent de plannen van mensen die zichzelf wijs vinden. Hij weet dat die plannen zinloos zijn.»
Wees er niet trots op dat je een volgeling bent van een apostel. Je bent niet van iemand in deze wereld. Alles in deze wereld is juist van jullie! Paulus, Apollos, Petrus, de hele wereld, het leven, de dood, alles wat er nu is en wat er straks zal zijn, het is allemaal van jullie! En jullie zelf zijn van Christus, en Christus is van God.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia.
Mijn schapen luisteren naar mijn stem, zegt de Heer, en ik ken ze en zij volgen Mij.
Alleluia.

EVANGELIE
Matteüs 5, 38-48

Jullie weten dat de wet zegt: «Als een ander jou iets aandoet, wordt bij hem voor straf hetzelfde gedaan.»
Dit zeg ik daarover: Verzet je niet tegen iemand die jou kwaad doet. Stel dat iemand je een klap in je gezicht geeft, draai dan je hoofd naar de andere kant. Dan kan hij je nog een keer slaan. Stel dat iemand jou voor de rechter wil brengen omdat hij je hemd wil hebben. Geef hem dan ook je jas. Of stel dat een soldaat je dwingt om zijn spullen voor hem te dragen. Loop dan twee keer zo ver mee als hij vraagt.
Als iemand iets van je wil hebben, geef het hem dan. Als iemand geld van je wil lenen, zeg dan geen nee.
Jullie weten dat de wet zegt: «Je moet houden van de mensen om je heen. Maar je vijanden moet je haten.»
Dit zeg ik daarover: Je moet ook van je vijanden houden. En je moet bidden voor de mensen die jou in moeilijkheden brengen. Alleen dan zijn jullie echt kinderen van God. Want ook jullie Vader in de hemel is goed voor iedereen. Hij geeft zon en regen voor iedereen, voor goede en voor slechte mensen.
Stel dat je alleen van je vrienden houdt. Verdien je dan een beloning van God? Nee, want ook slechte mensen houden van hun vrienden.
En stel dat je alleen je vrienden groet. Doe je dan iets bijzonders? Nee, want ook de mensen die niet in God geloven, doen dat.
Jullie moeten goed zijn voor alle mensen. Net zoals jullie hemelse Vader goed is voor iedereen.’

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God

12/2

6e zondag door het jaar. Jaar A
(bijbel in gewone taal)

OPENINGSTEKST Psalm 31 (30) 3-4
Luister naar mij, kom snel en help mij!
Laat me veilig zijn bij u, bescherm me en bevrijd me.
U bent sterk en machtig, u beschermt mensen tegen gevaar.
Ga met mij mee en leid mij.

EERSTE LEZING
Sirach 15, 15-20 Hij heeft niemand bevolen te zondigen.

Uit het boek Ecclasiasticus
Als je het wilt kun je de geboden naleven en trouw zijn aan zijn wil.
Hij heeft je vuur en water voorgezet:
strek je hand uit naar wat je verkiest.
Vóór de mens liggen het leven en de dood,
hij krijgt waar hij voor kiest.
Groot is de wijsheid van de Heer,
zijn macht is overweldigend, alles ziet Hij.
Zijn ogen zijn gericht op wie ontzag voor Hem heeft,
elke daad van de mens is Hem bekend.
Hij heeft niemand opgedragen goddeloos te zijn,
niemand toestemming gegeven te zondigen.

ANTWOORDPSALM
Psalm 119 (118) 1-2, 4-5, 17-18, 33-34
Refrein: Gelukkig die voortgaan volgens de wet van de Heer.

Gelukkig zijn mensen die altijd het goede doen,
die leven volgens de wet van de Heer.

Gelukkig zijn mensen die altijd denken aan de woorden van de Heer,
die hem zoeken met heel hun hart.
Heer, u hebt aan de mensen uw regels gegeven.
Zo weet ik wat ik moet doen.
Ik wil leven volgens uw wetten,
en dat volhouden, elke dag weer.

Heer, wees goed voor mij.
Dan zal ik leven, en doen wat u zegt.
Help mij om te zien hoe machtig uw wet is.

Heer, leer mij wat uw regels zijn,
ik wil ze mijn hele leven volgen.
Laat me uw wet begrijpen,
dan kan ik me daaraan houden, met heel mijn hart.

TWEEDE LEZING
1 Korintiërs 2, 6-10 God heeft van alle eeuwigheid de wijsheid ontworpen en bestemd voor onze verheerlijking.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte
Broeders en zusters,
Toch is wat ik vertel, ook wijsheid. Maar het is geen menselijke wijsheid, geen wijsheid die past bij de wereld. Het is niet de wijsheid van de machthebbers op aarde, die trouwens allemaal vernietigd zullen worden. Nee, ik heb het over Gods wijsheid, over Gods wijze plan. Pas als je alles over het geloof geleerd hebt, kun je dat plan begrijpen. Gods plan bestond al voordat hij de aarde maakte, maar hij heeft het lang verborgen gehouden. Want hij had vanaf het begin besloten om zijn wijze plan pas in onze tijd bekend te maken, omdat hij ons wilde redden.
De machthebbers op aarde hebben Gods wijze plan niet begrepen. Anders zouden ze Jezus, de Heer die redding brengt, niet aan het kruis gehangen hebben. Het staat al in de heilige boeken: «Geen mens kent Gods wijze plan, geen mens heeft het bedacht of begrepen. Maar God heeft zijn plan bekendgemaakt aan de mensen die van hem houden. Zo wilde God het.»
God heeft zijn plan bekendgemaakt aan mij, en aan anderen die het goede nieuws vertellen. Hij deed dat door ons zijn heilige Geest te geven. Gods Geest weet alles, zelfs wat God denkt.

VERS VOOR HET EVANGELIE
Alleluia. Ik ben het licht van de wereld, zegt de Heer.
Wie mij volgt zal het levenslicht bezitten. Alleluia.

EVANGELIE
Matteüs 5, 17-37 Gij hebt gehoord …, maar Ik zeg u.

Jezus zei: ‘Jullie moeten goed weten met welk doel ik gekomen ben. Ik ben niet gekomen om de wet van Mozes of de andere heilige boeken weg te doen. Ik ben juist gekomen om hun echte betekenis te laten zien.
Luister goed naar mijn woorden: Zo lang als de hemel en de aarde bestaan, zal er geen punt of komma uit de wet verdwijnen. De wet zal altijd blijven bestaan, totdat alles gebeurd is wat er gebeuren moet.
Stel dat iemand het kleinste regeltje van de wet afschaft, en dat hij anderen leert om dat ook te doen. Dan zal hij op de laatste plaats komen in Gods nieuwe wereld. Maar stel dat iemand zich aan de hele wet houdt, en dat hij anderen leert om dat ook te doen. Dan zal hij op de eerste plaats komen in Gods nieuwe wereld.
Luister naar mijn woorden: Doe wat God van je vraagt, en doe dat beter dan de wetsleraren en de farizeeën. Want anders kom je helemaal niet in Gods nieuwe wereld.
Jullie weten wat er gezegd is tegen jullie voorouders. Het staat in de wet: «Je mag geen moord plegen. Wie een moord pleegt, moet gestraft worden.»
Dit zeg ik daarover: Ook wie kwaad wordt op een ander, moet gestraft worden. Ook wie een ander een dwaas noemt, moet voor de rechter komen. En wie een ander een gek noemt, komt in het eeuwige vuur.
Stel dat je in de tempel bent om een offer te brengen aan God, en dat je dan opeens bedenkt dat een ander boos op je is. Laat dan je offer bij het altaar achter. Ga eerst snel naar die ander toe en maak het goed. Daarna kun je terugkomen om je offer te brengen.
Stel dat iemand je voor de rechter wil brengen omdat je hem geld schuldig bent. Spreek dan snel met hem af hoe je dat gaat oplossen. Nog voordat je bij de rechtbank bent. Anders laat de rechter je opsluiten in de gevangenis. En luister goed naar mijn woorden: Je komt die gevangenis pas uit als je je schulden helemaal hebt terugbetaald.
Jullie weten dat de wet zegt: «Je mag niet vreemdgaan.»
Dit zeg ik daarover: Ook wie naar een andere vrouw kijkt en met haar naar bed wil, gaat vreemd. Want hij is in gedachten met haar vreemdgegaan.
Stel dat je rechteroog iets slechts ziet. Iets dat jou weghaalt bij God. Ruk je oog dan uit en gooi het weg. Je verliest dan een deel van je lichaam. Maar anders kom je met je hele lichaam in de hel terecht.
Stel dat je rechterhand iets slechts doet. Iets dat jou weghaalt bij God. Hak je hand dan af en gooi hem weg. Je verliest dan een deel van je lichaam. Maar anders kom je met je hele lichaam in de hel.
Jullie weten dat de wet zegt: «Als je wilt scheiden van je vrouw, moet je haar een scheidingsbrief meegeven.»
Dit zeg ik daarover: Je mag helemaal niet scheiden van je vrouw, behalve als ze zelf vreemdgegaan is. Door te scheiden laat je haar vreemdgaan. Want dat gebeurt als ze met een ander trouwt. En je gaat zelf ook vreemd als je met een gescheiden vrouw trouwt.
Jullie weten wat er nog meer gezegd is tegen jullie voorouders. Het staat in de wet: «Zeg niet te snel: Dat is zo zeker als de Heer leeft! Want als je iets zegt dat niet waar is, heb je schuld bij God.»
Dit zeg ik daarover: Gebruik nooit de woorden: ‘Zo zeker als de Heer leeft!’ En zeg nooit over iets: ‘Dat is zo zeker als de hemel bestaat’ of: ‘Dat is zo zeker als de aarde bestaat’. Want God is koning van de hemel, hij heerst over de aarde.
Zeg ook niet: ‘Dat is zo zeker als Jeruzalem bestaat’. Want Jeruzalem is de stad van God. En zeg ook niet: ‘Dat is zo zeker als ik een hoofd heb’. Want je kunt nog geen haar op je hoofd van kleur laten veranderen.
Zo moet het zijn: Zeg ja als het ja is, en zeg nee als het nee is. Al dat andere is bedacht door de duivel.

5/2: 5e zondag door het jaar. Jaar A

OPENINGSTEKST

Psalm 95 (94) 6-7

Laten we knielen voor de Heer,

laten we diep voor hem buigen,

want hij heeft ons gemaakt.

Hij is onze God,

en wij zijn zijn volk.

Hij is onze herder,

en wij zijn de schapen die hij leidt.

EERSTE LEZING

Jesaja 58, 7-10

Uw licht zal stralen als de dageraad.

Uit de profeet Jesaja

Deel je brood met mensen die honger hebben. Geef arme mensen een plek in je huis. Geef kleren aan mensen die naakt zijn. Zorg goed voor de mensen om je heen!

Als je dat doet, dan zul je echt gelukkig zijn. Je zult lijken op de zon die stralend opkomt in de ochtend. Volk van Israël, als jullie zo leven, zal het snel beter met jullie gaan. En met mijn macht zal ik jullie overal beschermen. Als jullie mij roepen, zal ik antwoord geven. Als jullie mij om hulp vragen, dan kom ik jullie helpen.

Zorg dat niemand meer onderdrukt wordt. Beschuldig mensen niet te snel, vertel geen slechte dingen over een ander. Als iemand honger heeft, geef hem dan te eten. Geef hem net zo veel als je zelf eet. En geef aan de armen alles wat ze nodig hebben.

Als jullie dat doen, dan zullen jullie gelukkig zijn. Jullie zullen lijken op licht dat in het donker schijnt. Overal waar het donker is, zorgen jullie voor stralend licht.

Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM

Psalm 112 (111) 4-5, 6-7, 8a en 9

Refrein:            De rechtvaardige is voor de vrome een licht in de nacht.

Ze helpen mensen die goed willen leven,

ze zijn voor hen als een licht in het donker.

Ze helpen mensen in nood,

ze zijn eerlijk en vol liefde.

Het gaat goed met mensen die geld weggeven

en daar niets voor terugvragen.

Het gaat goed met mensen die eerlijk zakendoen.

Er zal hun geen kwaad overkomen.

Hun goedheid wordt nooit vergeten.

Van slecht nieuws worden ze niet bang.

Ze vertrouwen op de Heer, ze twijfelen niet.

Ze maken zich geen zorgen, ze hebben geen angst.

Ze geven veel aan arme mensen,

alles wat ze doen, is goed.

Anderen hebben veel respect voor hen.

TWEEDE LEZING

1 Korintiërs 2, 1-5

Ik verkondigde u het getuigenis van Christus en Zijn kruis.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,

Ik ben ooit bij jullie gekomen om te vertellen over Gods plan met de mensen. Ik gebruikte geen mooie en wijze woorden om jullie te overtuigen. Ik wilde jullie alleen maar vertellen over Jezus Christus, en over zijn dood aan het kruis!

Ik kwam niet als iemand die trots is op zichzelf. Ik was juist zwak en bang. Ik gebruikte geen wijze woorden om jullie te overtuigen. En toch geloofden jullie wat ik zei, omdat de heilige Geest jullie daar de kracht voor gaf. Want zo moest jullie geloof beginnen: door Gods kracht, en niet door menselijke wijsheid.

Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God.

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia.

Uw woorden, Heer, zijn geest en leven;

Uw woorden zijn woorden van eeuwig leven.

Alleluia.

EVANGELIE

Matteüs 5, 13-16

Gij zijt het licht der wereld.

Jezus zei tegen zijn leerlingen: ‘Jullie zijn het zout in deze wereld. Zout heeft een sterke smaak. Maar als het zijn smaak verliest, kun je het niet opnieuw zout maken. Dan is het waardeloos en wordt het weggegooid.

Jullie zijn het licht in deze wereld. Een stad op een berg is voor iedereen zichtbaar. Niemand zet een brandende lamp onder een emmer. Je zet een lamp juist hoog. Dan schijnt het licht voor alle mensen in huis. Zo moeten ook jullie een licht zijn en schijnen voor alle mensen. Dan zien ze de goede dingen die jullie doen. En dan zullen ze jullie hemelse Vader eren.’

Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God

29/1: 4e zondag door het jaar. Jaar A

(bijbel in gewone taal)

OPENINGSTEKST
Psalm 106 (105) 47

Heer, onze God, bevrijd ons!
Breng ons terug naar ons eigen land, overal vandaan.
Dan zullen wij u danken, u, onze heilige God.
Het zal een feest zijn om u te kunnen danken.

EERSTE LEZING
Sefanja 2,3; 3, 12-13
Ik laat bij u alleen nog over een ootmoedig en bescheiden volk.

Uit de profeet Sefaja
Maar sommigen van jullie zijn trouw aan de Heer en leven volgens zijn wetten. Zij moeten zich alleen op hem richten, en goed en eenvoudig proberen te leven. Misschien zullen ze dan veilig zijn op de dag van de Heer.
Er zullen alleen nog maar arme en eenvoudige mensen zijn. Zij zullen veilig zijn bij mij. Daar zal ik voor zorgen.
De Israëlieten die er nog zijn, zullen geen misdaden meer plegen. Ze zullen niet meer liegen en bedriegen. Ze zullen rustig leven op de plek waar ze wonen. Ze hoeven voor niemand meer bang te zijn.’

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM
Psalm 146 (145) 7, 8-10
Refrein: Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het Rijk der hemelen.

Hij helpt mensen die onderdrukt worden.
Mensen die honger hebben, geeft hij te eten.
Gevangenen bevrijdt hij.

De Heer laat blinden weer zien.
Mensen die gevallen zijn, helpt hij overeind.

Hij beschermt vreemdelingen.
Hij helpt weduwen,
hij beschermt kinderen zonder vader.
De Heer heeft goede mensen lief,
maar slechte mensen laat hij in de steek.

De Heer is koning voor altijd,
de God van Sion regeert voor eeuwig.

TWEEDE LEZING
1 Korintiërs 1, 26-31
Wat voor de wereld zwak is, heeft God uitverkoren.

Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
God heeft jullie uitgekozen. Denk eens terug aan het moment dat jullie gingen geloven. Jullie waren toen geen belangrijke mensen. Jullie vielen niet op door jullie wijsheid, en jullie waren ook niet machtig of rijk.
Maar God heeft juist mensen uitgekozen die in deze wereld ‘dom’ of ‘zwak’ genoemd worden. Zo heeft God de wijsheid en de kracht van mensen belachelijk gemaakt. God heeft mensen uitgekozen die onbelangrijk zijn en niets voorstellen, en voor wie niemand respect heeft. Daarmee maakte hij een eind aan alles wat in deze wereld belangrijk is. Zo zorgt hij ervoor dat niemand trots kan zijn op zichzelf.
God heeft ervoor gezorgd dat wij bij Jezus Christus horen. Dankzij Jezus Christus zijn wij nu ook wijs geworden. Wij leven nu zoals God het wil, want wij horen bij Christus. Hij heeft ons gered. En zo wordt werkelijkheid wat er in de heilige boeken staat: «Er is er maar één op wie wij trots mogen zijn: de Heer.»

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God.

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia.
Het woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond.
Aan allen die Hem aanvaarden gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden.
Alleluia.

EVANGELIE
Matteüs 5, 1-12a
Zalig de armen van geest.

Toen Jezus al die mensen zag, ging hij een berg op. Daar ging hij zitten. Zijn leerlingen kwamen bij hem. Jezus begon zijn leerlingen uitleg te geven over de nieuwe wereld. Hij zei:
‘Het echte geluk is voor mensen die weten dat ze God nodig hebben. Want voor hen is Gods nieuwe wereld.
Het echte geluk is voor mensen die verdriet hebben. Want God zal hen troosten.
Het echte geluk is voor mensen die vriendelijk zijn. Want aan hen zal God de aarde geven.
Het echte geluk is voor mensen die doen wat God wil, en die dat het allerbelangrijkste vinden. Want God zal hun moeite belonen.
Het echte geluk is voor mensen die goed zijn voor anderen. Want God zal goed zijn voor hen.
Het echte geluk is voor mensen die eerlijk zijn. Want zij zullen God zien.
Het echte geluk is voor mensen die vrede sluiten. Want zij zullen kinderen van God genoemd worden.
Het echte geluk is voor mensen die lijden omdat ze doen wat God wil. Want voor hen is Gods nieuwe wereld.
Het echte geluk is voor jullie. Jullie zullen het moeilijk hebben omdat je bij mij hoort. Misschien schelden de mensen je uit, of willen ze je gevangennemen. Misschien vertellen ze allerlei leugens over je. Als dat gebeurt, moet je blij zijn en vrolijk. Want jullie krijgen een grote beloning in de hemel.

Woord van de Heer.
Allen: Wij danken God

Inschrijfactie voor iedereen die bij onze parochie betrokken wil zijn

Om in onze parochie gericht bezig te kunnen zijn voor het welzijn van allen die betrokken zouden willen zijn, is een goede ledenadministratie van wezenlijk belang. Om die ledenadministratie in onze parochie nieuw leven in te blazen, willen onze medewerkers in de vijf dorpen graag aan de slag gaan. Met gerichte acties worden allen die door ons gekend willen zijn, gevraagd om ons daartoe hun gegevens ter beschikking te willen stellen. De formulieren kunt u hier vinden: Inschrijven in de parochie

U helpt ons enorm als u zo’n formulier downloadt, invult en ons per mail opstuurt. Uiteraard werken we ook met gedrukte formulieren. Deze zijn beschikbaar in elk van onze vijf dorpen: in de kerk en bij de contactpersoon. De contactpersonen zullen deze ook zelf verspreiden of laten verspreiden.

Contactpersonen per dorp:

Beek: Jos Peters, Rijksstraatweg 93, 024-6842688, j.peters11@upcmail.nl
Bezoek-contactpersoon: idem

Kekerdom: Berdie Gerritzen, Schoolstraat 25, 0481-432203, berdie.gerritzen52@gmail.com
Bezoek-contactpersoon: vacant

Leuth: Petra Seerden, petra.seerden@gmail.com
Bezoek-contactpersoon: Mareen van Eck, Plezenburgsestraat 7, 06-20679958, mareenvaneck@gmail.com

Millingen: Bea Baartman, Heerbaan 168g, beabaartman@gmail.com
Bezoek-contactpersoon: Nell Berns, Heerbaan 120, 0481-840036

Ooij: Emile Verstege, Dr. Kochlaan 42, emile.verstege@gmail.com
Bezoek-contactpersoon: David Brouwers, Wethouder Verrietstraat 53, wheelcowboy@yandex.com

22/1: 3e zondag door het jaar. Jaar A

OPENINGSTEKST

Psalm 96 (95) 1 en 6
Zing een nieuw lied voor de Heer!
Heel de aarde moet voor hem zingen.
Alles rondom hem is stralend en mooi.
Een schitterend licht schijnt in zijn tempel.

EERSTE LEZING
Jesaja 8, 23b – 9, 3
Het volk ziet een groot licht.
Uit de profeet Jesaja

Eerst was er veel ellende in het noorden van het land. Maar God zal zorgen dat het daar weer goed komt. Het zal ook goed komen in de landen aan de kust en in het gebied aan de overkant van de Jordaan. En zelfs in het gebied waar nu andere volken wonen.

Het volk dat nu in het donker leeft, zal een stralend licht zien.
Een helder licht zal schijnen in het land waar het nu nog donker is.
Heer, door u is het volk weer groot.
U geeft de mensen weer vreugde.
Zo blij zijn de mensen ook als ze de oogst van het land hebben gehaald.
Zo blij zijn de mensen ook als ze het bezit van de vijand hebben verdeeld.
Uw volk werd onderdrukt.
De mensen werden met de zweep geslagen, de stok kwam op hun schouders neer.
Maar u hebt de zweep en de stok gebroken, u hebt uw volk opnieuw bevrijd.
Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God.

ANTWOORDPSALM

Psalm 27 (26) 1, 4, 13-14
Refrein:            De Heer helpt mij altijd.
De Heer helpt mij altijd,
hij is als een licht in het donker.
Ik ben voor niemand bang.
Bij de Heer ben ik veilig,
daarom heb ik geen angst.
Ik vraag aan de Heer maar één ding,
meer heb ik niet nodig.
Ik wil bij hem wonen,
elke dag, heel mijn leven.
Ik wil bij hem zijn in de tempel.
Dan zal ik zien hoe goed hij is.
De Heer is goed voor mij,
zolang ik leef.
Dat weet ik zeker.
Iedereen moet op de Heer vertrouwen.
Wees daarom sterk en houd moed.
Vertrouw op de Heer!

TWEEDE LEZING
1 Korintiërs 1, 10-13. 17
Weest allen eensgezind, laat er geen verdeeldheid onder u zijn.
Uit de eerste brief van de heilige apostel Paulus aan de christenen van Korinte

Broeders en zusters,
Luister naar wat ik van jullie vraag. Jullie moeten samen een volmaakte eenheid vormen. Dat is wat onze Heer Jezus Christus wil. Vorm geen aparte groepen, en zeg niet allemaal iets anders over het geloof.

Ik heb gehoord dat jullie ruzie hebben met elkaar. Dat hebben de mensen die bij Chloë wonen, mij verteld. Sommigen van jullie zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Paulus.’ Anderen zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Apollos.’ Weer anderen zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Petrus.’ En dan zijn er ook nog mensen die zeggen: ‘Ik hoor bij de groep van Christus.’

Heeft iedere groep soms zijn eigen redder? Nee, er is maar één redder: Christus! Niet ik heb voor jullie aan het kruis gehangen, maar Christus! En jullie zijn niet in mijn naam gedoopt, maar in de naam van Christus!

Christus heeft mij niet gestuurd om mensen te dopen, maar om het goede nieuws van God te vertellen.

Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God.

VERS VOOR HET EVANGELIE

Alleluia.|
Jezus verkondigde de Blijde Boodschap van het koninkrijk.
Hij genas alle ziekten en kwalen onder het volk.
Alleluia.

EVANGELIE
Matteüs 4, 12-23
Hij vestigde zich in Kafarnaüm opdat in vervulling zou gaan het woord van de profeet Jesaja.

Johannes de Doper werd gevangengenomen. Toen Jezus dat hoorde, ging hij terug naar Galilea. Hij ging niet terug naar Nazaret, maar hij ging wonen in Kafarnaüm. Die stad lag bij het Meer van Galilea, in het gebied van Zebulon en Naftali.

Dat moest zo gebeuren, want de profeet Jesaja had gezegd: «Luister, gebied van Zebulon en Naftali, tussen de Jordaan en de zee! Luister, Galilea, land van de ongelovigen! Het volk leeft nu nog in het donker, maar het zal een stralend licht zien. De mensen leven nu nog in het land van schaduw en dood, maar ze zullen leven in het licht.»

Vanaf dat moment begon Jezus het goede nieuws te vertellen aan de mensen. Hij zei: ‘Dit is het moment om je leven te veranderen, want Gods nieuwe wereld is dichtbij.’

Op een dag liep Jezus langs het Meer van Galilea. Daar zag hij twee broers: Simon, die ook wel Petrus genoemd wordt, en Andreas. Het waren vissers. Ze gooiden hun netten uit in het water. Jezus zei tegen hen: ‘Kom, ga met mij mee. Ik zal jullie leren om mensen te vangen in plaats van vissen.’ Meteen lieten ze hun netten liggen, en ze gingen met Jezus mee.

Een eindje verder zag Jezus twee andere broers: Jakobus en Johannes. Hun vader heette Zebedeüs. Ze zaten in hun boot netten te repareren, samen met hun vader. Toen Jezus de twee broers riep, gingen ze meteen met hem mee. Ze lieten hun vader in de boot achter.

Jezus reisde rond in heel Galilea. In de synagogen gaf hij het volk uitleg over God. Hij vertelde het goede nieuws over Gods nieuwe wereld. En hij maakte alle mensen beter die ziek waren of pijn hadden.

Woord van de Heer.

Allen: Wij danken God

In memoriam Joseph Ratzinger (1927-2022): de ‘paus van de uitgestoken handen’

Op oudejaarsochtend om 9.34 uur is emeritus-paus Benedictus XVI op 95-jarige leeftijd overleden. De katholieke wereld gedenkt een in vele opzichten unieke paus.“Ik ben slechts een pelgrim die start aan de laatste fase van zijn pelgrimage op aarde.” Met die woorden kondigde paus Benedictus op 11 februari 2013 zijn aftreden als paus aan – een unicum; hij was de eerste paus in 600 jaar die terugtrad.

Bron: https://www.kn.nl/in-memoriam/joseph-ratzinger-1927-2022-de-paus-van-de-uitgestoken-handen/