Een ontmoeting kan veel vreugde geven, zoals bv de ontmoeting van Maria en Elisabeth. Eennieuw begin wordt zichtbaar én voelbaar in deze ontmoeting. Juist door de open houding naarGod, totale ontvankelijkheid. Zegt U het maar, God, laat uw liefde maar gebeuren in en door ons,zeggen Elisabeth en Maria. Dat kunnen ook wij zeggen en doen! En dan ervaren we vreugde, ookal kunnen we enorm op de proef gesteld worden, zoals deze beide vrouwen. Dat hoort bij geloven.Want dan sta je ergens voor. Niet voor een theorie of leer of systeem, maar voor liefde, liefde dieje alles mag kosten, liefde die je zelf ook ervaart en waardoor je hiertoe in staat bent.Dan zijn je gedachten ook niet meer van de wereld, ben je bestand tegen de wereld en de zovelemachten en krachten die de wereld beheersen. Dan maak je je niet meer druk om jezelf, of hoe jeoverkomt, of wat je bereikt, of dat je wel of niet gezien wordt door mensen. Het enige wat dan telt,is Gods liefde doen leven in harten van mensen, door zelf klein te worden en te blijven.
Waaraan heb ik het te danken dat de moeder van mijn Heer naar mij toekomt? vraagt Elisabethaan Maria. Kijk eens hoe klein Elisabeth zich weet! En dan het antwoord van Maria die in haarkleinheid de eer geeft aan God: Hoog verheft mijn ziel de Heer. Hij zag welwillend naar mij, zijndienares.
Dat is ook wat de kleine Thérèse van Lisieux, de kerklerares van 24 jaar (1873-1897), ons leert, zijdie zelf klein wilde zijn om zo met heel haar zijn te verwijzen naar Gods grootheid en liefde.Thérèse zegt dat Maria groot is, omdat ze zich klein wist, en vervuld van Gods verlangen naarhaar. Maar hoe werden beide vrouwen, moeders enorm op de proef gesteld!Het heeft alles te maken met de liefde van God zelf. (Filippenzen 2) Hij die bestond in goddelijkemajesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God. Hij heeft zichzelf ontledigden het bestaan van een slaaf op zich genomen; Hij is aan de mensen gelijk geworden. En alsmens verschenen heeft Hij zich vernederd door gehoorzaam te worden tot de dood, tot de doodaan het kruis. Daarom heeft God Hem zeer verhoogd en Hem de naam verleend die boven allenamen is. Opdat bij het noemen van zijn naam zich iedere knie zou buigen in de hemel, op aardeen onder de aarde. Opdat iedere tong zou belijden tot eer van God de Vader: Jezus Christus is deHeer.
Misschien zou het goed zijn om Hem ons zo in beeld te brengen, een levend gezicht dat naar mijkijkt, zojuist opgestaan uit de dood voor mij, maar nog zo gehavend. Hij kijkt mij aan, in de hoopmij te vinden, in liefde.
Hoe bijzonder is het dat Thérèse van Lisieux niet alleen genoemd was ‘van het Kind Jezus’ maarook ‘van het heilig Aanschijn (van Jezus)’. Jezus kijkt mij aan, ook vanuit zijn lijden voor mij. Ja,het lijden van Jezus heeft een enorme indruk gemaakt op Thérèse. De eerste preek die ze alsklein kind kon volgen, ging over het lijden van Jezus. Daarna kon ze elke preek volgen.Een vreugdevol geloof had Thérèse, ook al werd ze enorm beproefd. Als een kind kon ze zich aanGod toevertrouwen, rekenend op zijn genade, niet op enige verdienste van haar zelf. Met legehanden hoopte zij voor zijn Aanschijn te komen, aan het eind van haar leven, om gezien door datAanschijn haar taak in de hemel voort te zetten om wie dan ook te helpen op zijn of haar weg naarhet eeuwig geluk.
In de kerken van onze parochie ligt een mooie folder over Thérèse van Lisieux om mee tenemen, vanaf 24/25 augustus ook een klein drieluik met het heilig Aanschijn, Maria met het KindJezus en Thérèse.