Je vindt Hem, gewikkeld in doeken en liggend in een kribbe, een voederbak. Dat weten we al lang. Maar misschien niet wat dit betekent. Voor mij is het eerlijk gezegd nieuw.
Bij herders in de velden tussen Jeruzalem en Bethlehem werden pasgeboren lammetjes gewikkeld in stroken van versleten priesterlijke kleding en dan in een kribbe gelegd. Ze mochten niets breken, werden altijd gedragen. Normaal staan pasgeboren lammetjes binnen het uur op eigen pootjes. Maar déze lammetjes, zo dicht bij de Joodse tempel, waren bestemd als paaslam voor het Joodse Paasfeest. En dan zegt de engel tegen deze herders: ‘Dit is voor u een teken: je zult Hem vinden, in doeken gewikkeld, liggend in een kribbe’. Duidelijker kan het niet voor de herders: het kleine Kind Jezus is het Paaslam. Op nog één andere plaats in het nieuwe testament is er sprake van doeken: nl. in het graf van Jezus. Als Hij gestorven is, wordt Hij in doeken gewikkeld en in het graf neergelegd, net voor het ingaan van de Joodse Sabbat-rustdag. Na deze Sabbat gaan enkele mensen naar het graf en zien dat de steen is weggerold. De doeken zijn er nog wél. Maar het lichaam niet meer. Jezus, het Paaslam, is verrezen. Wonderlijk genoeg heeft Jezus afdrukken nagelaten op de doeken; en die afdrukken zijn tot op de dag van vandaag intact, als heilig aandenken van Jezus’ lijden, sterven en verrijzen. Het moet gebeurd zijn op het moment van zijn ontwaken uit de dood, toen Hij zijn ogen opendeed. Een enorme energie of straling moet ervoor gezorgd hebben dat afdrukken van zijn gehavende gezicht en gemartelde lichaam achterbleven op de doeken. De doek die op zijn gezicht heeft gelegen wordt bewaard in Manoppello, Italië, een paar uur rijden van Rome. Daar ben ik dit jaar geweest. De lijkwade van Turijn wordt bewaard in Turijn. Maar een replica van deze lijkwade met Jezus’ lichaam op ware grootte en de nodige uitleg is van 22 februari tot en met 15 maart in de kerk van Millingen, de eerste drie weken van onze voorbereiding op Pasen.
Jezus, in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe, het Paaslam, uiteindelijk in doeken gewikkeld en liggend in een graf. Maar niet om daar te blijven. Want als Paaslam wil Hij leven in het hart van ieder van ons. Hoe, dat heeft Hij zelf voor ons bedacht op zijn laatste avond te midden van zijn vrienden. Toen nam Hij brood en wijn. Het werden zijn Lichaam en Bloed. Blijft dit doen om Mij te gedenken, zo zei Hij. Dat doen wij in elke eucharistieviering. Dan komt het Paaslam naar ons toe, niet meer in doeken gewikkeld, maar in brood en wijn. Zo kunnen we dan Hém ontvangen die voor ons heeft geleden, is gestorven en uit de doden opgestaan.
Wonderlijk is het dat we op 3e kerstdag, het feest van de apostel en evangelist Johannes, het verhaal horen van het lege graf. ‘Jezus is niet hier, Hij is verrezen’. Maar de doeken van om zijn lichaam en van op zijn gezicht zijn er uitdrukkelijk wel, met de afdrukken van Jezus’ gezicht en lichaam, als stille getuigen. Kribbe… kruis… graf… Voor Hem was en is vaak nog steeds geen plaats. Zoveel is er niet veranderd in 2000 jaar. Want wat hebben we van Hem die de Liefde is, begrepen als we inzetten op macht, positie en oorlog, zoals keizer Augustus, om nog machtiger te worden? We weten en zien dat ook nu hier velen gebukt onder gaan, hoe zij te midden van chaos en geweld uitzien naar bevrijding. Hoe kan er bevrijding komen? Hoe vinden wij de nieuwe Koning, de God met ons?
Het Paaslam werd gevonden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe. Maar je vindt het Paaslam niet meer in het graf. Want Hij is opgestaan. Zijn liefde is sterker dan alle duisternis. Komt laat ons Hem aanbidden. Ja, wanneer ben ik zover? Wanneer ben ik zo vol van Hem als de herders en de wijzen die Hem vonden in doeken gewikkeld en liggend in een kribbe? Wanneer ben ik zo vol van Hem als degenen die Hem niet meer vonden in het graf en in Hem gingen geloven die het echte Paaslam is? (pastoor Rudo)