Gods hart

De tweede zondag van Pasen (Beloken Pasen) geldt sinds het heilig jaar 2000 ook als Barmhartigheidszondag. De devotie tot de goddelijke Barmhartigheid kreeg dankzij de Poolse heilige Maria Faustina Kowalska (1905-1938) een grote impuls. Het was de (Poolse) paus Johannes Paulus II (1920-2005) die in 2000 de tweede zondag van Pasen aanwees als de Zondag van de Goddelijke Barmhartigheid en zuster Faustina heilig verklaarde. 

Vanaf Goede Vrijdag kun je een noveen houden, negen dagen achter elkaar elke dag een speciaal gebed, om je op deze dag voor te bereiden. Op Goede Vrijdag werd na het sterven van Jezus op het kruis zijn hart met een lans doorboord en vloeiden er bloed en water uit. Dit is van ouds gezien als de levensstroom van de sacramenten, met name het water van het doopsel en het bloed van de Eucharistie. Dit komt op beloken Pasen nog meer tot uitdrukking, als Thomad zijn hand mag leggen in deze doorstoken zijde van Jezus die aan hem verschijnt. Thomas kan dan slechts stamelen: Mijn Heer en mijn God. Op dat moment is Thomas om. Jezus’ hart staat ook open voor ons. Ook ons kan het gebeuren dat wij Hem vinden na een zware ontgoocheling: dat wij dan ineens zijn hart zien dat altijd bij ons is.