Sacramentsdag: ‘Gewoon’ brood?

Twee weken na Pinksteren, dit jaar zondag 7 juni, vieren katholieken Sacramentsdag; het feest van de instelling van de eucharistie. Waar komt dit gebruik vandaan? En wat is de betekenis ervan?

Het was paus Urbanus IV die in 1264 het feest van Sacramentsdag invoerde. Urbanus heette eigenlijk Jacques Pantaléon en was vroeger aartsdiaken geweest van het bisdom Luik. Daar woonde toen een heilige kloosterzuster Juliana van Cornillon. Met een bijzondere devotie voor het sacrament van de eucharistie. Zij had hem verteld dat zij een visioen had ontvangen. Ze had de maan gezien met een flinke hap eruit. Twee jaar lang had zij gepiekerd over de betekenis ervan. De maan stelde de kerk voor, en dat ontbrekende stuk was een aparte feestdag voor het Heilig Sacrament. Het feest werd voor het bisdom Luik ingesteld in 1246; achttien jaar later voor de gehele kerk, dus door paus Urbanus IV, de voormalige aartsdiaken in Luik. Maar dat zou Juliana niet meer meemaken. Zij was acht jaar tevoren gestorven…

In de zestiger jaren van de vorige eeuw raakte het feest op vele plaatsen in onbruik. Maar onder de huidige kerkelijke jongeren zijn er weer die devotie vinden in de uitstelling van het Heilig Sacrament om daar geruime tijd stil bij te verwijlen. Een plek en een voorwerp van eerbied, waar die buiten de kerk nog zo weinig worden aangetroffen. Stilstaan bij het heilige karakter van ons gewone leven. Mij de persoon van Jezus te binnen brengen en daarbij bedenken wat Hij voor mij betekent. En dat Hij dagelijks brood wil zijn. Misschien is dat wel wat Hij bedoelde, toen Hij ons leerde bidden: “Geef ons heden ons dagelijks brood.” (Dries van den Acker S.J. in Ignis, 3-6-2015)