Twee vrienden van Jezus gaan te voet op weg. Weg van de plaats van het onheil, weg van Jeruzalem, zo gauw mogelijk. Wat zijn ze verdrietig om de dood van Jezus! Ze vluchten. Zo vast zitten ze in hun verdriet dat ze Jezus niet herkennen, die met hen meeloopt. Wat een humor! Maar wat goed dat zij …, dat wij ons verhaal aan Hem kwijt kunnen, dat Hij naar ons luistert, met ons op weg gaat, ook als wij Hem nog niet herkennen! Hij spreekt ook, woorden uit de Bijbel die dan tot leven komen, inhoud krijgen. Ineens snap je waarom je dit of dat moest meemaken. En je herkent Hem aan het breken van het brood. Dan dringt het tot je door: Hij is er echt … in de Eucharistie. Zelfs in de grootste ellende is Hij aanwezig, ook al zie je dit misschien niet.
We hoeven alleen maar het eigen ego los te laten, in alle mildheid terug te keren naar de Bron van Liefde. En ondertussen verander je, terwijl je denkt dat je niet verandert. Je merkt dat je niet zónder Hem kunt; je mag zijn wie je bent. Je weet dat Hij er is; dat is voldoende. Op die diepere laag groei je doorheen duisternis en depressies die je kunt toelaten. Dit is ‘t avontuur van het gebed. En de hoogste vorm van gebed is het breken van het brood, de Eucharistie, waarin Hij ons door zijn zelfgave opnieuw tot leven brengt en tot gemeenschap.